Toen ik vorig jaar aan mijn trektocht door het nationale park Mercantour begon, was ik vooral heel erg nieuwsgierig. Nieuwsgierig naar de natuur die ik zou aantreffen (maar al enigszins kende uit vroegere vakanties), maar vooral ook nieuwsgierig naar alles daaromheen. Naar mijn slaapplekken, bijvoorbeeld. Hoe zou dat zijn, slapen in zo’n berghut? Een nieuw fenomeen voor me, waar ik met een bijzonder gevoel op terugkijk. Laat me je meevoeren naar de vier berghutten in de Mercantour waar ik mijn ogen sloot…

Nacht 1: Refuge de la Madone de Fenestre

Die eerste dag van een meerdaagse wandelreis is toch altijd een dingetje. Vol goede moed en frisse energie begin ik ’s ochtends met lopen. Onderweg passeren mijn vriendin en ik een schitterend bergmeer, waar we onze voeten laten afkoelen in het ijzige water. We lunchen hier, kijken verwonderd om ons heen. Op dat moment ben ik nog stellig: deze reis is fantastisch. Goede keus! Toch zakt dat gevoel enkele uren later wat in. Na het meer raken we de markering richting onze hut, Refuge de la Madone de Fenestre, kwijt. We verliezen veel tijd, lopen wat onnodige meters. En eenmaal weer op het juiste pad blijken we nog een heel eind te moeten lopen. Maar wanneer ik uiteindelijk de refuge in zicht heb, zucht ik van blijdschap. Hij ligt er prachtig bij, een beetje in een dal. Ik versnel mijn pas.

Eenmaal aangekomen begroet ik de uitbater van de hut. Ik zeg dat we een bed gereserveerd hebben en dat blijkt maar goed ook. De man achter ons heeft dat niet gedaan en hem wordt verteld dat er geen slaapplek meer is. Ik ben verbaasd, maar al snel zie ik het… De eetruime zit vól andere wandelaars. Snel besluiten mijn vriendin en ik een bedje te claimen boven, op de slaapzaal. Ik slik, het is toch wel bijzonder om te zien; een ruimte met talloze stapelbedden. We vinden een plekje naast elkaar en ploffen even neer op bed. Een eenvoudig, maar op zich prima bed, voel ik al. Die avond maken we in de keuken met kokend water ons meegebrachte maaltje klaar. Overigens kun je er in deze hut ook voor kiezen te eten wat er in de keuken wordt bereid. Ondanks een slaapzaal vol andere wandelaars, slaap ik die nacht heerlijk. Zou het de vermoeidheid zijn?

Nacht 2: Refuge de Nice

Wonderbaarlijk uitgerust stap ik die ochtend uit bed en begin aan de tweede dagtocht: naar Refuge de Nice. Al snel passeren we prachtige bergmeren en lopen stukjes over resterend sneeuw. Ik kijk net als de dag ervoor mijn ogen uit. De natuur in de Mercantour is onbeschrijflijk mooi. Mooi, maar ook vals. Halverwege de tocht staat er een flinke klim over een bergpas op ons te wachten. De klim is nog redelijk te doen, maar de afdaling is hels. Ik heb weinig last van hoogtevrees, maar hier speelde het even op. Niet eerder zag ik een afdaling zó steil naar beneden gaan… Na deze afdaling wacht er nog een zware tocht over grote keien, maar eenmaal verderop zien we aan de overkant van een groot meer onze hut voor vanavond liggen. Ik juich, wederom!

Aangekomen in Refuge de Nice ben ik blij. Deze hut is in vergelijking met de vorige hut een verademing! Groot, met verschillende kleine slaapkamertjes, enigszins modern, een mooie eetruimte, mogelijkheid tot warm douchen… En dan dat uitzicht, over het bergmeer. Prachtig. Mijn vriendin en ik kiezen een kamertje en claimen twee bedjes aan het raam, met zicht op het water. Daarna bereiden we op dezelfde manier als gisteren ons avondmaaltje, maar we besluiten ook een toetje te nemen in het ‘restaurant’. Een koude cola met chips. Niet vaak smaakte dat zo lekker als hier!

Nacht 3: Refuge de Valmasque

Steeds weer denk ik dat de wandeldag niet zwaarder kan dan de dag ervoor, maar in de Mercantour lijkt elke dag een verrassing. De bordjes komen niet overeen met mijn ervaring. Wanneer er ‘2 heurs’ op geverfd staat, reken ik er voor het gemak maar even 5 uur voor. Ja, zo drastisch niet-overeen komt het bij mij. Of ik dan zo langzaam wandel? Volgens mij valt dat wel mee. Hetzelfde gebeurt me op dag 3 van onze reis. Ik loop, loop en loop… Door prachtige natuur, die maar niet lijkt op te houden. Het laatste stuk van onze tocht naar Refuge de Valmasque zie ik dan ook steeds minder hoe mooi het om me heen is. Mijn voeten doen pijn, ik wil er gewoon zijn. De tocht eindigt met drie grote meren, waarna ik onze hut in de verte zie liggen.

Aangekomen bij Refuge de Valmasque moet ik meteen concluderen dat het weer andere koek is dan gisteren. Deze hut blinkt uit in eenvoud. Voor de wc moet je naar buiten, plassen in een ijzig koud hokje. Hetzelfde geldt voor de douche, die overigens enkel koud water geeft. De bedden op de slaapzaal zijn klein en simpel, die nacht slaap ik dan ook het minst van allemaal. Ondanks dat alles ligt de hut er prachtig bij. Op misschien wel de mooiste plek van alle vier de hutten… Zo is het dus nergens perfect, maar toch ook weer wel goed.

Nacht 4: Refuge des Merveilles

Onze een-na-laatste wandeldag is een eenvoudige, belooft onze reisgids. Ik ben benieuwd, want zelfs het woord ‘eenvoudig’ zegt voor mijn gevoel in de Mercantour weinig meer. Toch heeft de auteur gelijk; de tocht is vergeleken met eerder dagen peanuts. En dat is ook weleens fijn! We doen lekker rustig aan en al na enkele uren wandelen arriveren we bij onze laatste hut voor deze meerdaagse wandeltocht: Refuge des Merveilles, ofwel: De Wonderhut.

De hut ligt aan een meer, dat er toch weer anders uitziet dan eerdere meren. Een beetje mystiek, maar dat kan ook door de wolken komen. We ploffen neer op een bankje in de hut, waar een gezellig sfeertje hangt. Pas vanaf 17u mogen we de slaapzaal op. Die zaal is hier mooier dan in voorgaande hutten; met hoogslapers, maar wel erg brede bedden én uitzicht vanuit bed over het meer! Die avond zit ook deze hut weer vol met wandelaars. De meesten eten wat de keuken schaft, mijn vriendin en ik bereiden voor de laatste keer ons eigen maaltje. Die avond kruip ik in bed, naast twee jonge meisjes die een trektocht lopen met hun opa en oma. We kletsen wat, ik bewonder hun keuze om dit te doen. Geweldig! Die avond slaap ik als een roosje… Op naar de laatste wandeldag. Mercantour, wat ben je mooi. Hutten, wat zijn jullie bijzonder.

A bientôt!

Leave a Reply