Even voorstellen: Jelle Krekels (28) is, naast journalist bij een dagblad, naar eigen zeggen professioneel toerist en verhalenverteller. Een combinatie die hij met liefde in Frankrijk uitoefent. Vorig jaar bezocht hij het vijfdaagse festival Fêtes de Bayonne in de gelijknamige stad, waar hij plots door het leven ging als Jérèmy. Op dit moment is Bayonne weer omgetoverd tot de jaarlijks terugkerende rood-witte wereld, wat voor Jelle aanleiding is om in gedachten even terug te keren naar toen… 

‘Ben ik niet eigenlijk Jérèmy?’

“Aaah! Bonjour Jérèmy!”, roept een man in witte kledij en een rood sjaaltje om z’n nek. Hij kijkt me met hoog opgetrokken wenkbrauwen aan alsof ik een goede kennis ben uit een ander millennium. Zo iemand die hij zo lang heeft moeten missen dat de ernst hem op het gezicht is blijven staan. Zijn blik is een piperade van verbazing, verwondering en verbijstering. Ik ben bereid dit toneelstukje mee te spelen, maar de overtuigende blik op het gezicht van de Fransoos zorgt ervoor dat ik ga twijfelen; ben ik niet eigenlijk Jérèmy?

Een blik naar rechts levert het bewijs voor mijn identiteit, want daar staat de knapste vrouw in Bayonne met wie ik op dat moment de sfeer op het Fêtes de Bayonne proef. De eerste kennismaking met het grootste festival van Frankrijk is meteen een goede: blijkbaar is iedereen hier familie. Ik heet de rest van de dag Jérèmy.

Vanaf 25 juli verandert de idyllische stad weer in een festivaldecor. Terwijl het water in de Nive dan rustig onder de sierlijke stenen bruggen naar de Golf van Biskaje stroomt, gaat er door de met kasseien belegde straten een zee van in wit en rood uitgedoste mensen. Het Fêtes de Bayonne trekt jaarlijks een miljoen feestvierders naar de stad in Frans Baskenland. In de karakteristieke smalle straten met oude gebouwen en pastelkleurige luiken wordt dan alleen nog gedanst, gedronken en gezongen.



Alles in de stad ademt traditie en authenticiteit. Het feest is daar het hoogtepunt van. Al ruim voor de stad staan in elke berm de auto’s bijna opgestapeld, en is iedere overige vierkante meter ineens een camping. Vanuit elke kier lijken de feestvierders te komen en bij elke bushalte staat een menigte, geheel volgens de dresscode gehuld in witte kleren, met rode details. Zelfs de standbeelden op het dak van het stadhuis dragen rode sjaals. 

Het festijn ontstond in 1932 toen een rugbyteam besloot een feest te houden vergelijkbaar met dat van San Fermín in Pamplona. Sindsdien groeide het feest jaar na jaar. Van woensdag tot en met zondag zijn er onnoemelijk veel activiteiten: muziekparades, bloemenparades, live-muziek en eetfestijnen. Maar net als in San Fermin spelen stieren ook een rol in de feestvreugde. Er zijn Bull Runs in Place St André en er zijn wedstrijden in het stadion.

‘Angstaanjagende hoeveelheden pastis verdwijnen er in Franse kelen…’

Dat er anno 2018 nog een vorm van entertainment bestaat waarbij dieren ten overstaan van duizenden juichende mensen worden opgejaagd en doodgestoken, zal ik nooit begrijpen. Maar Fêtes de Bayonne is gelukkig heel veel meer. Het programma van woensdag tot zondag biedt het hele gezin feest. Maar de avonden worden er het drukst bezocht. Angstaanjagende hoeveelheden pastis verdwijnen er in Franse kelen en er wordt zo hard gezongen dat je er niet van moet opkijken als de winkelmedewerkers tot een week na het feest stemloos en met zonnebril op aan de kassa verschijnen. 

Ik wil ieder jaar wel vijf dagen lang Jérèmy zijn. Santé!

A bientôt!

Laat een reactie achter