Er was eens…

Geschreven door Erik Voncken, journalist en ambassadeur van Bonjour Frankrijk

Het ingeslapen dorpje Minzac telt 150 zielen en ligt op ongeveer een uur rijden van vliegveld Bergerac. De zon staat laag, het is eind oktober, maar de hemel is kraakhelder en de velden en bossen laten steeds meer tinten geel toe. Aan de noordkant van het dorp ligt het wijndomein Vandenbeld. We draaien een knerpende grindweg op en parkeren onze auto naast het hoofdgebouw van het complex. De geur van gist hangt in de lucht. Een paar dagen geleden zijn de laatste druiven geplukt en geperst.

Aan de achterkant van de boerderij vinden we onze gastvrouw, Erica. In de keuken staat ze in pannen te roeren. ‘Ik laat jullie je kamer zien. Ik heb niet veel tijd, want anders gaat het daar fout’, wijst ze op de keukendeur die ze net achter zich gesloten heeft. Onze kamer, dat is een stemmig ingericht tweepersoons slaapverblijf met uitzicht op de wijngaarden en het zwembad. Een oude ceder vangt de nodige zon af. Erica keert terug naar de keuken. We testen het heerlijke bed, frissen ons op en eten een broodje. Daarna gaan we op onderzoek uit.

Roadmovie

De wijnranken, die samen 40 hectare beslaan, staan er slaperig bij. Hier en daar kleurt een blad rood. Er hangt nog een enkel uitgedroogd druifje. Gedane arbeid. In de verte zien we de oogstmachine staan. We lopen eromheen, ons verwonderend over de werking ervan. Op video’s heb ik gezien hoe het gevaarte óver de wijnstokken heenrijdt, zonder schade aan te brengen. Tussen de wielen, waar ruimte is voor de druiven, zorgt een ingenieus mechanisme voor de pluk.

Bij de poorten van de wijnmakerij ligt een berg bordeauxrode pulp. Slangen liggen her en der op de grond. De geur van gist is hier nog sterker. Het schemerdonker van de schuur lokt ons naar de drempel. Een georganiseerde chaos van nog meer slangen, grote betonnen vaten, een enkel wijnvat: een omgeving die bevreemding wekt. Wordt hier wijn gemaakt?

We eten op het domein. In het gastenverblijf zijn twee gelijkvloerse vertrekken. In de woonkamer treffen we drie Australische zussen, die vertellen over hoe één van hen in een boeddhistisch centrum werkt in Zuid-Frankrijk en de andere twee haar voor de eerste keer in 12 jaar komen opzoeken. Vorige week zijn ze in Parijs begonnen. Bij Amiens bezochten ze het oorlogsgraf van hun oudoom. Ze zijn hier nu twee dagen. ‘Drie Australische zussen op reis in Frankrijk, ik zie de filmtrailer al voor me!’ lach ik. Ze schateren het uit.

Zelf inschenken

Michel komt de kamer binnen. Hij oogt wat vermoeid. Hij maakt excuses voor het feit dat het diner iets later begint. ‘Moeilijke dag in de wijnmakerij’, verklapt hij. ‘Vorig jaar hadden we hier geen oogst vanwege vorst laat in het voorjaar. Dit jaar hebben we zoveel oogst dat onze vaten uit hun voegen barsten.’ Hij maakt een rondje voor de drankjes. Daarna verklapt hij regel nummer één van Vandenbeld: ‘Het eerste drankje schenk ik in, het volgende doe je gewoon zelf.’

Wat volgt is een lang, uitbundig diner met, dat laat zich raden, veel wijn. Erica, Michel en hun zoon Stan schuiven ook aan. ‘We eten in principe altijd samen met onze gasten’, zegt Michel. ‘Sinds we op Booking.com zitten, komen hier mensen uit alle delen van de wereld.’ Hoe waren hun eerste jaren hier in de Dordogne? Erica vertelt: ‘We wonen hier alweer sinds 2002. Onze oudste dochter was negen en we dachten: als we dit willen, dan moet het nu gebeuren. We hadden een goed lopende kaas- en delicatessenzaak in Wageningen. Daar verkochten we al heel veel wijn. Op een dag belde Michel me op vanaf een wijnbeurs. Hij wist wat ie wilde: wijnboer worden. Dat idee heb ik omarmd en niet lang daarna zijn we vertrokken.

Het lieverdje van de jagers

Mijn vader ging mee om de eerste twee weken te helpen en om de gehuurde bus daarna terug te rijden. Maar niet veel later kwam hij weer deze kant op. Hij kan niet stilzitten en was zijn flatje zat. Steeds vaker kwam hij hierheen om te helpen, totdat mijn moeder het ongezellig begon te vinden. Toen zijn zij ook hierheen verhuisd. Ze wonen hier honderd meter verderop. Later zijn ook Michels ouders er nog bijgekomen.’ Stan, hun zoon van 23, luistert mee. Hij werkt inmiddels mee in het bedrijf en wil het op termijn overnemen. ‘De lokale boeren zagen ons al komen’, vertelt Erica verder. ‘Wij waren die domme Hollanders die niets wisten van het vak. We hebben alles zelf moeten leren. Maar nu, zestien jaar later, zijn de acht wijnbedrijven in de regio gestopt en hebben wij hier een bijzonder plekje verworven.’ Michel lacht. ‘Als we bij de lokale jachtclub een ree bestellen, komen ze dat hier met trots en bombarie brengen. Afgelopen zomer hadden we een diner in het dorp met alle dorpelingen. Uiteraard werd onze wijn geschonken. Stan is het lieverdje van de jagers. Ze kwamen hem alsmaar nieuw vlees brengen.’

Niet rennen

‘Toch was het begin zwaar’, herinnert Erica zich. ‘We wisten inderdaad niks. Bergerac heeft geen geweldige naam in de wereld van wijn. Pas toen we die vermelding naar de achterkant van de fles verplaatsten en onze familienaam pontificaal op de voorkant gingen zetten, veranderde er iets in hoe we bij proeverijen benaderd werden.’

‘En de kinderen, die moesten hier aarden. Je ontneemt hen toch hun wortels. Ik heb me weleens afgevraagd of zij zich ooit nog ergens thuis zouden kunnen voelen. Al zit dat wel goed: als ik grap dat we het huis willen verkopen, zetten zij hun hakken in het zand.’

De wijn vloeit intussen rijkelijk. Of het nou wit is of rood, op acacia gelagerd of op eiken, de fles staat open op tafel. Grootste verwennerij is de BQ, een ronde rode wijn uit 2009. Ik ben onder de indruk van de kwaliteit. Mijn bewondering groeit voor wat deze familie hier heeft neergezet. Intussen hoor ik Michel vertellen over regel twee op het domein: er mag niet gerend worden tijdens het werken. ‘Vind ik niet nodig’, legt hij uit. ‘Je wordt er niet efficiënter van.’ Als de Australische zussen giebelend vragen of er een derde regel is, moet hij even nadenken. ‘Ja, die heb ik ook wel’, verklapt hij.

Oude methodes

Na een kortere nacht dan ons lief was – vanwege de gezelligheid doken we pas om 24.00 uur ons bed in – zitten we de volgende ochtend aan het ontbijt. Michel neemt onze bestelling op en brengt een roerei met spek. Gestoken in zijn werkplunje vertelt hij over de klus die op hem wacht in de wijnmakerij. ‘Na de persing van de druiven vindt het eerste gistingsproces plaats in grote tanks. Daarna worden de tanks leeggepompt en blijven de drab en schillen achter. Dat moet eruit. Het is een gevaarlijk werkje, want in de tanks komt je een muur van koolstofdioxide tegemoet. Als je te snel naar binnen stapt, ben je in één klap dood. We checken met aanstekers of er genoeg zuurstof hangt, dan pas gaan we naar binnen.’ Ik vertel dat het me doet denken aan oude mijnverhalen, waar de koempels vogels gebruikten om mijngas op te sporen. ‘Maar dat doen sommige Franse wijnboeren ook!’ roept hij uit. ‘Ze nemen vogels mee naar binnen. Als die dood neervallen, weten ze dat het niet pluis is. Ja, ze houden graag vast aan oude methodes’, beantwoordt hij mijn verbijsterde blik.

We nemen afscheid van de Australische zussen. Zij zoeken een lokale markt op terwijl wij nog een rondje door de wijnmakerij maken, samen met Stan. Hij navigeert ons over trappen en zolderingen. Sluit hier een slang aan, duwt daar een stuk karton weg. Wijst ons op het dak dat aan het inzakken is. ‘Daar in dat gat is onze poes geboren’, wijst hij. ‘Je ziet dat onze werkplek nogal verouderd is.’ Hij laat een oude wijnpers zien, die niet zou misstaan in een museum. ‘Deze gebruiken we uiteraard niet meer, maar de boer die deze wijnmakerij heeft laten bouwen, had er goed over nagedacht. Hier werd geperst, dan liep het sap daar een goot in naar dat gat daar. En beneden konden ze het met een slang naar verschillende tanks toe leiden.’ De plek heeft charme, heel veel charme. Hoezeer je de gebreken om je heen ook ziet. ‘Niet veel boeren maken nog wijn zoals wij die hier maken’, lacht hij. ‘Maar dat kan niet lang meer duren. Deze week hadden we bankiers over de vloer en hebben we een plan gepresenteerd om een nieuwe makerij te bouwen. Er moet ook een klein hotel bijkomen. We hebben niet veel keus. Met deze methode kunnen we niet lang meer uit de voeten. We moeten investeren. Gelukkig waren ze enthousiast.’ Buiten staat de ontsteelmachine te wachten op een schoonmaak. Dat moet even wachten. Er is zoveel te doen. Wijn maken is keihard werken.

Wees jezelf

In de keuken nemen we met een kop koffie afscheid van Erica. We zijn vol geraakt van dit bedrijf, deze familie, de ongedwongen gastvrijheid. Michel loopt ook nog even binnen. Als we de koffers in de auto hebben liggen en het domein in de achteruitkijkspiegels kleiner zien worden, denk ik nog even aan de derde regel die hij gisteravond met ons deelde: ‘Wees jezelf, meer hoef je niet te doen.’

Vandenbeld laat zien hoeveel dat oplevert.

Laat een reactie achter