Terwijl de afgrond naast me dieper lijkt te worden, komt een donkere wolk – zeg maar gerust zwart – steeds dichterbij. De landschappen om ons heen veranderen ondertussen in een alsmaar ruiger geheel. Onze auto kruipt steeds verder de hoogte in. Bang ben ik niet, ik geniet juist intens. Hier, op de Col de Sarenne, ben ik compleet in mijn nopjes. En dit is slechts één van die heerlijke momenten die ik beleef deze vakantie. Ik glunder. Wat een schitterende reis…

Twee weken trek ik door de Franse Alpen in augustus. Met de auto, maar in die auto ook een fiets en wandelschoenen. Want wie naar de Alpen gaat, kan dat maar beter meteen goed doen: te voet, per fiets én met de auto. Drie keer spectaculair, allemaal op een eigen manier!

Onze route door de Franse Alpen

Het gebied dat de Franse Alpen omvat, is behoorlijk groot. Dat weet ik van tevoren, en daarom moet ik van mezelf kiezen: welk deel van de Franse Alpen wil ik bezoeken tijdens mijn vakantie? Ik kies voor twee verschillende plekken, op zo’n 4,5 uur rijden van elkaar verwijderd. Eén week verblijf ik bij Auberge la Cure in Oz en Oisans, in het nationaal park Ecrins. Een week later logeer ik bij Chalet Colinn in het nationaal park Vanoise, tussen Tignes en Val d’Isere. Of die keuze goed is en wat ik allemaal doe deze reis? Ik vertel het je in deze blog!

Tip: neem deze route, met onderweg de Col du Galibier van plek A naar plek B. Schitterend!

Week 1: de Ecrins

Gewapend met wielrenfiets op de achterbank trek ik die eerste week richting het nationaal park Ecrins. Naar het dorpje Oz en Oisans, om precies te zijn, in de vallei bij het bekendere Bourg d’Oisans. Hét fietswalhalla in de Franse Alpen. Ik logeer hier bij de Nederlandse Pim en Jorinde van Auberge la Cure. In het hart van het dorp runnen zij deze prachtige en lieflijke auberge. Een ideaal adres voor fietsers, en zeker ook voor beginnende fietsers als ik, zo blijkt al snel.

Hoewel ik regelmatig in de bergen kom, al sinds mijn jonge jaren, heb ik ze nooit eerder op de fiets getrotseerd. Deze vakantie gebeurt het dan eindelijk: ik beklim voor het eerst in mijn leven wat bergen op de racefiets. Inmiddels weet ik: zonder de bruikbare tips en hulp van Pim en Jorinde was dit hele idee maar weinig succesvol geworden. Zij weten me die eerste fietsdag precies te vertellen welke cols goed te doen zijn voor beginnelingen en hoe je dit het beste kunt aanpakken. Sterker nog: Pim weet me te vertellen dat ik met een fiets als de mijne niet boven ga komen.  Zo beklim ik op aanraden van Pim allereerst de Col d’Ornon, een goede om mee af te trappen. En hoewel die allereerste col op de fiets tóch zwaar is, weet ik dat hij gelijk heeft. Dit is nog lang geen Alpe d’Huez of Galibier. En man, wat is het te gék uiteindelijk om die top aan te tikken! Ik zal hier nog een uitgebreide blog over schrijven.

Leuk om te doen in de buurt van Bourg d’Oisans:

  • De hoogte in bij La Grave: La Grave is een van die mooiere dorpen in de Franse Alpen. Misschien niet eens alleen door het dorp zelf, maar ook door het uitzicht dat het dorp heeft. Vanaf hier kijk je namelijk op de Meije, de op een na hoogste top van het nationaal park Ecrins. Met sneeuw en een gletsjer, inderdaad. In La Grave kun je de kabelbaan nemen naar boven. Allereerst naar 2400 meter, en voor de echte die-hards nog verder naar 3200 meter (hier betaal je extra voor). Zelf stap ik op 2400 meter uit, waar ik word verrast door hangmatjes zo ik ze niet eerder zag! Te midden van schitterende natuur kun je hier gerust de hele middag relaxen in één van de hangmatjes, met zicht op het natuurgeweld van de Ecrins… Liever wat actief? Wandel dan door naar het Lac de Puy Vachier en terug naar de lift. Note: in een reisgidsje las ik dat het leuk is vanaf 2400 meter naar beneden te wandelen. Maar dat is het niet. De route is weinig inspirerend, steil en lang. Je kunt beter na een bezoek aan het meer teruglopen naar de lift en deze weer nemen!
  • Mooie autoroute naar Vénosc en La Bérarde: ‘Het einde van de wereld’, noemt Pim La Bérarde gekscherend terwijl we aan ons ontbijt zitten. Dat lijkt me wel wat. Vanuit hun auberge rijden we in een half uurtje naar het lieflijke dorp Vénosc, waar we een bak koffie drinken en door de smalle straatjes slenteren. Overigens kun je in hartje Vénosc ook heerlijk logeren, bij het sfeervolle plekje chambres d’hôtes Les2M. Daarna vervolgen we onze weg naar La Bérarde: een gehuchtje aan het einde van de vallei, vanwaar je het nationale park verder enkel nog te voet in kunt. Je kunt hier talloze wandelingen maken. Zelf dompelde ik mijn voeten in het ijskoude water van de rivier, at een verse croissant en genoot van een goed boek met uitzicht, in alle stilte…
  • Fietsen naar de Col d’Ornon: eenmaal in de omgeving bij Bourg d’Oisans kun je er niet om heen: wielrenners. Ze zijn overal. En zelfs voor wie niet zo’n getrainde fietser is, gaat het op den duur kriebelen. Althans, bij mij wel. Afgelopen oktober bezocht ik de vallei al eens en toen besloot ik: ik keer in de zomer terug mét fiets. Zo gezegd, zo gedaan. Daar sta ik dan in augustus, niet eens op en top getraind, maar wél vol goede zin. Met racefiets, die je overigens ook prima overal kunt huren hier in de omgeving. Volgens Pim en Jorinde, toch wel de kenners van dit gebied, is de Col d’Ornon de perfecte col om het eens te proberen. En ze hebben gelijk! Makkelijk is het allerminst (hee, dat zou saai zijn), maar het was zeker wel te doen én de col ligt in een schitterend decor met prachtige uitzichten. Give it a try!
  • Bourg d’Oisans: klein maar fijn, een bezoekje aan Bourg d’Oisans is het waard als je in de buurt bent. Heerlijk slenteren door de paar sfeervolle straten, je verwonderen over de hoeveel fietsen én fietsversiering en gewoon neerstrijken op een van de terrasjes met een bak koffie of koud biertje…
  • Autotochtje over Col de Sarenne: deze autorit wil je maken! Wat is ie schitterend… Neem bij het Lac Chambon de afslag omhoog richting het dorpje Mizoën en rijd verder naar de top van de Col de Sarenne. Onderweg worden uitzichten en landschappen steeds ruiger, wegen soms aardig smal en afgronden zo nu en dan ook behoorlijk steil. Maar oh, wat is ie mooi. Nadat we de top van de Sarenne bereiken, rijden we via de Alpe d’Huez terug richting Bourg d’Oisans. Heb je de 21 heroïsche bochten van deze beroemde col meteen ook meegepakt!
  • Wandelen vanaf Oz Station langs drie bergmeertjes: voor iedereen die wel wil wandelen in de bergen, maar niet te zot wil doen: neem in Oz Station de berglift omhoog en wandel hier langs het Lac Noir, Lac Besson en Lac Rond. Aan de andere kant kun je de andere lift terug naar beneden nemen. Een zeer makkelijke wandeling, maar wel erg mooi én met mogelijkheid tot lunch en een koud drankje onderweg bij Chalet du Lac Besson! Het is immers ook vakantie, toch?
  • Relaxen aan het Lac de Laffrey: even zin in een dagje zwemmen en niksen? Een half uur van Bourg d’Oisans ligt het heerlijke Lac de Laffrey, waarin je zomers een verfrissende duik neemt. Of op een waterfiets of in een kano stapt. Genieten!
  • Autotochtje over de Col de la Croix de Fer: in oktober had ik hier een strakblauwe lucht en zon, in augustus rijd ik met bijna zwarte wolken en tien graden minder over de Col de la Croix de Fer. Eén ding is zeker: de bergen zitten vol verrassingen! Maar of nou de zon schijnt of niet, deze col is zonder twijfel één van de mooiste cols die ik ken. Puur, ongerept, echt. Genieten.


La Grave op 2.400 meter


La Grave


Lac du Puy Vachier


Uitzicht op de Meije in La Grave


Rijden over de Col de la Croix de Fer


Het dorpje Vénosc


La Bérarde


Stuwmeer bij Allemont 


Lieflijk Bourg d’Oisans


Wandelen vanaf Oz Station


Wandelen vanaf Oz Station


Oz en Oisans


Week 2: de Vanoise

Dat twee nationale parken in de Franse Alpen zo verschillend van elkaar kunnen zijn, had ik vooraf niet verwacht. Toch is het zo. Wanneer we de Vanoise binnenrijden, lijkt de wereld totaal anders dan de afgelopen dagen. De vallei van Modane tot Bonneval oogt ietwat grauwig, een compleet ander zicht dan toen ik hier twee jaar eerder in de winter was. Toen was de wereld wit, en de vallei vol toeristen, die ik nu nergens zie. Na Bonneval rijden we de Col de l’Iseran op en kijk ik mijn ogen uit. Dit is zó mooi. Een bizar, weids, ongerept landschap van bergen, dat moeilijk in woorden is uit te drukken. Je moet er zelf gereden hebben om te beamen dat het daadwerkelijk zo prachtig is. Zelfs in foto’s is het moeilijk aan te tonen hoe mooi dit stukje Frankrijk is. We logeren aan de andere kant van de Col de l’Iseran, tussen de plaatsjes Val d’Isere en Tignes, in een prachtig verscholen b&b: Chalet Colinn. Gerund door twee vreselijk lieve Franse dames. Elke avond koken zij de sterren van de hemel. We ontmoeten aan de lange tafel Duitsers, Italianen, Finnen, Amerikanen… Een bijzondere week van geweldig leuke ontmoetingen en bovenal schitterende natuur!

Leuk om te doen in de Vanoise:

  • De Col de l’Iseran: het is misschien wel een van de mooiste cols waar ik overheen reed in de Franse Alpen. Voor zover ik dat mag zeggen, want ook de Galibier, Col de la Croix en Fer en Col d’Izoard vind ik al zo machtig mooi. Maar toch. De Col de l’Iseran heeft ook een plekje bemachtigd in deze lijst. En leuk detail: het is met 2.770 meter de hoogste verharde bergpas van Europa!
  • Parapente in Bourg Sainte Maurice: zelf heb ik me er niet aan gewaagd, maar een mooi cadeau voor de dertigste verjaardag van vriendlief vond ik het wel: paragliden in de Alpen. En als ik zijn woorden mag geloven, is het werkelijk fantastisch. Hij zag de Mont Blanc en talloze andere toppen, hoorde geen geluid terwijl hij in de lucht hing en genoot simpelweg van fantastische vergezichten. Doen, dus!
  • Marmotten spotten bij het Lac de la Sassiere: op vijf minuten rijden boven Chalet Colinn ligt een schitterend staaltje natuur. Het Lac de la Sassiere en de top van de Grande Sassiere, met daarachter Italië. Een perfecte uitvalsbasis voor korte en lange wandelingen, of gewoon een heerlijke plek om met je voeten in het koude water te liggen en te relaxen met een goed boek…
  • In Val d’Isere met de lift naar het Lac de Louillette: ik heb het geluk gezegend te zijn met een vriend die niet heel erg van wandelen houdt. Ik noem het maar even geluk, want anders zou ik alleen maar heftig lange wandelingen te bespreken hebben op Bonjour Frankrijk, en ik weet dat ik daarmee niet iedereen blij maak. Dankzij mijn lief heb ik dus ook best eens wat gangbare wandelingen te delen, zoals deze, eigenlijk nauwelijks nog een wandeling te noemen. In Val d’Isere nemen we de lift de Solaise (gratis in de zomer) naar boven, waar we in een paar minuten naar het Lac de l’Ouillette lopen. Hier kun je wat rondwandelen zonder dat het zwaar is. Of je gaat lekker aan het meer liggen, of een biertje drinken bij Bar de l’Ouillette. Ook niet verkeerd…


De route van Bourg d’Oisans naar Val d’Isere: wij kozen voor de Col du Lautaret en de Galibier op onze route


En dan rijd je door zulke landschappen…


Bovenop de Col de l’Iseran: sneeuw!


De Col de l’Iseran


De Col de l’Iseran

Het Lac de la Sassiere


Het Lac de la Sassiere


Paragliden in de Franse Alpen, bij Bourg Saint Maurice


Wandelen richting het Lac de la Sassiere


In Val d’Isere met de lift naar het Lac d’Ouillette

Laat een reactie achter

  1. vanessa

    Altijd zo fijn om je blogs te lezen en wij hebben indeze regio reeds op avontuur geweest met de camper en zalige wandelingen gemaakt… Zo een prachitge rustige regio waar je één bent met de prachitge natuur…
    Ik zou zo terug willen vertrekken dus zo blijven verder doen en ons van thuis uit laten genieten :-)))